Voor onze behandelmethoden maken we gebruik van diverse methodieken. Deze worden in het behandelplan beschreven, waarbij we doelen opstellen en in grote lijnen het verloop van de behandeling plannen. Als basis wordt doorgaans een functieanalyse gemaakt, vooral bij volwassenen.
Het kader waarin de behandeling plaatsvindt, is die van de oplossingsgerichte therapie. Binnen deze aanpak wordt, waar nodig, uitgeweken naar diverse andere vormen van therapie zoals cognitieve gedragstherapie, zowel individueel als groepsgewijs, EMDR en op Mindfulness gebaseerde cognitieve therapie. Binnen de cognitieve gedragstherapie kunnen diverse werkvormen gehanteerd worden zoals registratieopdrachten, het uitproberen van nieuw gedrag, symbolisch schrijven en diverse andere methodieken.
Een methodiek wordt eerst aan u of uw kind uitgelegd (de rationale). Het is erg belangrijk dat er voldoende betrokkenheid is bij de therapie, zodat vooral ook thuis en op andere plekken buiten de behandelkamer kan worden geoefend. Zonder intensieve oefening zullen de veranderingen zich niet of maar langzaam voltrekken.
Het doel van de behandeling is steeds om u of uw kind anders te leren denken en u te richten op wat goed gaat, op successen. Anders denken leidt meestal ook tot ander of nieuw gedrag.
Om tussentijds goed op de hoogte te blijven van de ontwikkeling van u of van uw kind, wordt aan het begin van iedere sessie een zeer korte vragenlijst ingevuld. Dit is de Outcome Rating Scale (ORS) die slechts vier vragen telt en binnen twee minuten is ingevuld. Aan het eind van iedere sessie wordt met een vergelijkbare schaal op de behandeling teruggekeken. Dit gebeurt met de Session Rating Scale (SRS). Hier worden het contact en de behandeling door de cliŽnt, ůůk door de kinderen, geŽvalueerd. Doel van deze metingen is om de methodiek of de manier van omgaan met u of uw kind op tijd bij te stellen. De gegevens van de ORS en SRS worden in een grafiek bijgehouden en geven zo een goed beeld van het verloop van de behandeling.
Doorgaans zijn vijf tot tien sessies voldoende om op eigen kracht weer verder te kunnen.
Een aantal maanden na het laatste gesprek wordt minimaal één vervolgsessie gepland om na te gaan of de behaalde verbetering behouden is.
Aan het eind van de behandeling wordt een nameting gehouden om de effectiviteit van de geboden zorg in kaart te brengen. Hiervoor wordt voor kinderen de CBCL en voor volwassenen de SCL-90 gebruikt.